Zieke of gewonde egels

Zieke of gewonde egels

Een deskundige verzorging is van groot belang. Dit kan het beste gebeuren in de egelopvang. Telefonisch kan u dagelijks tussen 10.00 en 12.00 informatie krijgen wat u het beste met de egel, die u hebt gevonden, kunt doen. Het telefoonnummer is: 070-325 40 45 (buiten de openingsuren van het asiel krijgt u informatie via de telefoonbeantwoorder).

Buiten de openingsuren van de opvang vragen wij u ernstig zieke of gewonde egels zo vlug mogelijk naar een dienstdoende dierenarts te (laten) brengen. De dierenambulances in Den Haag en omgeving rijden ook voor egels in nood en doen dit gratis.

Dierenambulance Den Haag: 070-328 28 28.
Dierenambulance Wassenaar: 070-511 77 72.

Als de egelopvang gesloten is, vangt men in het Vogelasiel “De Wulp” de minder ernstig zieke egels op. Het Vogelasiel de Wulp ligt aan de Heliotrooplaan 15, 2555 MA Den Haag, in het park Meer en Bos. Het telefoonnummer is 070-323 15 68 (geopend van 9.00 tot 17.00 en ’s zomers ook van 19.00 tot 21.00).

Het is van groot belang zieke egels en babyegeltjes warm te houden. Dit kan in een stevige doos met deksel, of een kattenvervoersmand met een kruik of een fles handwarm water. De egel legt U in een oude doek tegen de kruik aan.

Moet een egel, die niet erg ziek is, een nachtje blijven logeren voor hij naar de opvang kan, zet hem dan in een stevige doos met veel krantensnippers (zodat hij een holletje kan maken). Met een bakje water (geen melk) en wat kattenvoer of brood met pindakaas komt de egel de nacht dan wel door.

Denk er wel aan, dat een egel goed kan klimmen en makkelijk uit een doos kan ontsnappen. Het is niet raadzaam om te proberen zelf een egel te behandelen. Het is beslist geen huisdier. De egel is bovendien een beschermd dier en mag niet thuis worden gehouden.

Welke egels hebben hulp nodig?

Niet alle egels die je tegenkomt hebben hulp nodig. Onderstaand overzicht kan je gebruiken om te bepalen of een egel moet worden opgevangen.

Hulp hebben de egels nodig, die:

  • gewond zijn;
  • overdag buiten lopen, vooral in de winter;
  • door een hond zijn gebeten;
  • weinig of niet bewegen en zich niet oprollen als ze worden aangeraakt;
  • snotteren of hoesten;
  • uit het water zijn gehaald;
  • in een put of (fruit)net gevangen hebben gezeten;
  • onder de vliegeneitjes en maden zitten en of heel veel vlooien en/of teken hebben;
  • heel stil liggen en slap aan voelen (ze hoeven niet dood te zijn al voelen ze slap aan);
  • in hun winterslaap zijn gestoord;
  • heel klein zijn, (een nest) babyegeltjes zonder moeder hebben hulp nodig.


Een gezonde egel:

  • kijkt helder uit zijn oogjes;
  • heeft een natte neus;
  • maakt een levendige indruk;
  • rolt zich op bij aanraking.

Egels die ’s nachts en in de avond- of ochtendschemering rustig rond scharrelen mogen natuurlijk met rust gelaten worden.